Een doek zonder einde

Een doek zonder einde
Een Argentijns boek dat op een roman-fleuve lijkt, maar eigenlijk een novelle is: schrijver Pedro Mairal heeft veel opgestoken van de technieken van film en televisie.

In Argentinië is een nieuwe generatie schrijvers opgestaan. Aanstormende auteurs kreunen niet langer onder de erfenis van illustere voorgangers als Borges en Cortázar, maar gaan hun eigen literaire weg, met overdonderend succes. Eerder verschenen de romans van Claudia Piñeiro en Andrés Neuman in het Nederlands. Nu wordt ook het werk van Pedro Mairal (1970) ontsloten. Het debuut van deze prille veertiger was in 1998 meteen een schot in de roos. Una noche con Sabrina Love werd bekroond met de allereerste Premio Clarín de Novela en verfilmd. Het verdwenen jaar van Salvatierra, dat van 2008 dateert, is pas zijn derde roman. Mairal timmert in zijn eigen tempo aan de weg. Dat heeft hij gemeen met Juan Salvatierra, het fascinerende personage uit zijn eerste in het Nederlands vertaalde boek. Het leven is aan de lefgozers en in het kunstwereldje is dat niet anders. Als tegenwicht tegen al die zelfpromotie voert Mairal een volstrekt anonieme, mediaschuwe kunstenaar ten tonele. Het boek begint en eindigt in Amsterdam, waar de reproductie van zijn levenswerk zich zou bevinden. Het doek is vier kilometer lang, bestaat uit zestig rollen en de schilder heeft er zestig jaar aan gewerkt. Toch komt de maker van dit ‘dagboek in beelden’ zelf niet op zijn schilderij voor. Salvatierra, een eenvoudige postbeambte uit een Argentijns grensdorpje, is altijd de bescheidenheid zelve geweest. Op zijn negende is hij van zijn paard gedonderd en sinds dat ongeluk heeft hij geen woord meer gesproken, maar ook in artistiek opzicht is hij een vreemde eend in de bijt, ‘een figuratief schilder onder niet-figuratieven, een provinciaal onder stedelingen, een doener onder theoretici’. Anders dan zijn collega’s heeft hij niet de geringste behoefte aan erkenning.

Moeilijke erfenis
Na de dood van hun vader weten zijn kinderen niet wat ze met die picturale erfenis moeten beginnen. Mairal laat de zoons van Salvatierra uit Buenos Aires overkomen naar Barrancales, een godvergeten gat. Zoon Miguel, de verteller van het verhaal, ontdekt dat er één rol ontbreekt, uit het jaar 1961. De zoektocht naar de verdwenen rol is een uitstekend excuus om dieper in te gaan op de vader-zoonrelatie. De stomheid van Salvatierra symboliseert onder meer de gebrekkige communicatie en de onoverbrugbare afstand die er tussen ouders en kinderen bestaat. Miguel wil de leemte opvullen en gaat op zoek naar de verloren tijd, zodat het schilderij niet eeuwig onaf blijft, maar de blanco’s in iemands leven en werk blijken uiteindelijk nog het veelzeggendst te zijn: ‘Je neemt de plek in die je ouders openlaten.’ Voor Miguel is die plek de schrijverij. De vader deed in beelden, zijn zoon grossiert in woorden. Voor de ontbrekende rol opduikt, stroomt er heel wat water naar zee. Letterlijk, want het vloeibare element speelt een belangrijke rol. Het verhaal speelt niet toevallig in Entre Ríos, een provincie die ingeklemd ligt tussen twee rivieren. In die contreien woonde en werkte de dichter Juan L. Ortiz. Het personage van Salvatierra heeft veel aan de mensenschuwe poëet te danken. Mairal wil de lezer letterlijk onderdompelen in het verhaal, dat voortkabbelt als een traag stromende rivier. Je zou van een roman-fleuve kunnen spreken, als het boek met zijn 146 bladzijden niet meer op een novelle leek. Het schilderij wordt beschreven als één grote, eindeloze waterloop, want de ‘beelden glijden voort, trekken verder, ze zijn nooit statisch, ze stromen altijd ergens heen, naar hun versmelting met het landschap.’ Hetzelfde zou je kunnen zeggen van de roman. Schilderen en schrijven, het is in wezen één pot nat. Het boek vertelt de geschiedenis van de schilder, van het schilderij en van het dorp, en woelt en passant een familiegeheim bloot. Stille waters hebben diepe gronden, zo blijkt. Het verhaal oogt bedrieglijk simpel, maar zit ingenieus in elkaar en barst van de symboliek. De grootste verrassing heeft Mairal voor het einde bewaard. Zowel de laatste beelden van het schilderij als de slotzinnen van het boek sluiten naadloos aan bij het begin. Mairal hanteert een filmische stijl, huldigt het principe ‘show, don’t tell’ en doet een krachtig beroep op alle zintuigen. Zijn generatie schrijvers heeft duidelijk meer opgestoken van film en televisie dan de grootheden uit de Argentijnse literatuur.

De auteur: wordt tot de beste jonge Spaans-Amerikaanse schrijvers gerekend.
Het boek:
twee zonen gaan op zoek naar een blinde vlek in het leven van hun vader.
Ons oordeel:
een ingenieuze, filmisch geschreven novelle.
PEDRO MAIRAL Het verdwenen jaar van Salvatierra.
Vertaald door Corrie Rasink.
Athenaeum-Polak & Van Gennep, 146 blz., 16,95 €.