Steen, papier, schaar

6

Het huis van de Hongaarse lag aan de monding van een zijriviertje, op een landtong van waar je ’s nachts de lichtjes van de stad kon zien. Tegenover het huis, op een zandbank aan de andere kant van het water lag een uitgestrekt rietveld dat in januari door de eilanders werd gekapt, en waar Carmen en ik op zomeravonden vaak naartoe roeiden om de volle maan op te zien komen.
                  Onze expeditie viel in het seizoen dat de kamperfoelie volop in bloei stond. Nauwelijks waren we de kreek in gevaren waar de Hongaarse haar jacht afmeerde, of we werden door de zoete geur van de bloemen omhuld. We bonden de roeiboot aan de kleine steiger. De cicaden zoemden in de doodstille lucht. Het huis, gebouwd op palen en omgeven door een overdekte veranda, leek te zweven in de hitte. Op onze tenen liepen we de trap op. We wisten dat Tordo laaiend zou worden als hij ons zou ontdekken.
                  Carmen kende de indeling van het huis, want om wat geld te verdienen maakte ze er af en toe schoon. Ze zei dat de Hongaarse heel veel boeken had en dat er een zwart-witfoto stond van haar ouders op een plein met duiven dat niet de Plaza de Mayo in Buenos Aires was. De foto moest altijd op precies dezelfde plek worden teruggezet, met een vaasje verse bloemen ervoor. Ik was heel nieuwsgierig naar het huis en de foto, maar Carmen ging er altijd door de week heen, dus ik zou tot de vakantie moeten wachten voor ik met haar mee kon. Ze leidde me naar een van de ramen. Zij gluurde als eerste naar binnen en draaide zich vervolgens naar me om met een wijsvinger op haar lippen, gefascineerd door wat ze had gezien. Ze wenkte dat ik dichterbij moest komen. Ik hoorde duidelijk iemand kreunen. Ik kreeg er kramp van in mijn buik: het enige wat ons tegen de blikken van Tordo en de Hongaarse beschermde was de hor in het raam en de zoele schaduw op de overdekte veranda.
                  Carmen drukte zich met haar rug tegen de muur en gluurde nog een keer naar binnen. Ook ik stond plat tegen de muur gedrukt, maar achter Carmen en uit het zicht, en durfde geen vin te verroeren. Ze draaide zich opnieuw naar me toe. Omdat ik onbeweeglijk bleef staan, dook ze in elkaar en kroop op handen en voeten naar de andere kant van het raam om me haar plekje af te staan. Ze gebaarde dat ik naar binnen moest kijken.
                  Ik keek recht tegen het naakte lichaam van de Hongaarse aan. Ze hield haar hoofd achterover en haar mond hing een stukje open in een vreemde uitdrukking, alsof ze pijn had. Met bonzend hart drukte ik me onmiddellijk weer tegen de muur, ook al had ze haar ogen dicht. Ik waagde het nog een keer te kijken. Tordo, die onder de Hongaarse lag, mompelde iets en opeens hapte ze naar adem alsof ze bijna stikte. Het hoofdeind van het bed stond vlak bij het raam. In de spiegel van een kastdeur was de brede, spierwitte rug van de Hongaarse zichtbaar die toeliep naar haar taille en daaronder weer uitliep naar haar enorme billen, waar Tordo’s gespreide vingers zich in haar vlees boorden alsof ze haar wilden verwonden. Er bonkte iets tegen de muur. Het metalige geluid klonk als muziek waarop de Hongaarse zich bewoog en ze leek heel ver weg te zijn, in een andere wereld. Haar blonde haar plakte op haar gezicht en haar bezwete huid. Toen haar hese kreet zich mengde met Tordo’s gekreun kreeg ik een pijnlijk, onbekend gevoel tussen mijn benen.
                  ‘Slet,’ gromde Tordo.
                  En hij herhaalde het meerdere malen, telkens zachter, alsof hij haar ermee wilde strelen. Even was het stil. De Hongaarse sloeg haar handen voor haar gezicht en liet zich op Tordo vallen. Ze huilde.
                  Door haar gesnik heen hoorde ik de stem van Tordo, een stem die zo teder klonk dat hij van een andere man leek te komen dan ik kende. Langzaamaan hield de Hongaarse op met huilen en toen lagen ze stil in elkaars armen. En precies in die stilte voelde Carmen de horzel steken. Later beweerde ze dat ze alleen maar heel even had bewogen om hem weg te jagen, maar ik hoorde heel duidelijk de klap waarmee ze hem probeerde dood te slaan. De Hongaarse hoorde het ook. Ze kwam onmiddellijk overeind.
                  ‘Je nichtje en haar vriendinnetje staan ons te begluren,’ zei ze.
                  We wachtten Tordo’s reactie niet af. We renden naar de boot alsof de duivel ons op de hielen zat.